Triage en toegankelijkheid
Triage in de huisartsenpraktijkperiode: 2013 Een patiënt die de huisartsenpraktijk belt, moet erop kunnen vertrouwen dat de doktersassistente aan de telefoon de hulpvraag op professionele wijze beantwoordt, de juiste urgentie inschatting maakt en de juiste hulp geeft. Veel telefonische hulpvragen kunnen beantwoord worden met een telefonisch advies. Adequate triage en telefonisch advies vermindert en reguleert de werkdruk van huisartsen zonder nadelige gevolgen voor de patiënt. De doktersassistente kent vaak de patiënt en zijn of haar context en heeft ook zicht op de medische voorgeschiedenis. Bovendien zijn er overdag weinig spoedgevallen en in geval van spoed, is de huisarts direct te consulteren.
|
Wetenschappelijk onderzoek van het NTSperiode: 2007-2009 Momenteel wordt de zorg buiten kantoortijd in Nederland geleverd door de huisartsenpost (HAP), spoedeisende hulp (SEH) en de ambulancezorg. Telefonische en fysieke triage hebben de afgelopen jaren een steeds belangrijkere rol gekregen in het veilig en efficiënt stroomlijnen van de zorgvraag. Voor de triage worden verschillende triagesystemen gebruikt door de drie ketenpartners. Om uniforme triage te bereiken is daarom de Nederlandse Triage Standaard (NTS) ontwikkeld, gebaseerd op de NHG-telefoonwijzer, het Manchester Triage Systeem en de Landelijke Standaard Ambulancezorg. Het gebruik van één triagesysteem in de keten spoedzorg zou kunnen bijdragen aan uniforme communicatie, duidelijkheid voor de patiënt en efficiënte en veilige triage.
Testen HaaKplus-lijstperiode: 2010 Op de huisartsenpost wordt telefonische triage verricht door doktersassistentes en verpleegkundigen. Deze triagisten dienen sinds enige tijd een certificaat te behalen, door te voldoen aan drie eisen: medische kennis, kwaliteit van het triagegesprek en observatie op de werkplek. De kwaliteit van triage wordt al langere tijd in kaart gebracht door het beoordelen van triagegesprekken met een meetinstrument. Eén van deze meetinstrumenten is de HAAKplus-lijst.
|